Johnny Kraaijkamp jr.
Johnny Kraaijkamp jr. Foto: Noor Schotanus

De gezichten van Zandvoort: Johnny Kraaijkamp jr.

· leestijd 1 minuut Actueel

Hij noemt zichzelf Zantedammer. Geboren Amsterdammer, opgegroeid in Zandvoort, en na jaren weer terug. Voor Johnny Kraaijkamp jr. is het dorp allang geen tweede huis meer, maar thuis. Zandvoort is wat hem betreft gewoon Amsterdam Beach, twintig minuten met de auto, en toch een wereld apart. Die eilandbewonersmentaliteit zorgt ervoor dat Zandvoort na meer dan tweehonderd jaar badplaats nog altijd zijn eigen gang gaat, ook als half Amsterdam op het strand ligt. 

Kraaijkamp kent het dorp van haver tot gort, en dat is geen toeval. Toen hij zes jaar oud was verhuisde het gezin vanuit Amsterdam naar de Westerparkstraat 12, honderd meter van waar hij nu woont. Hij groeide op in de duinen, voetbalde op het lege parkeerterrein naast de watertoren (dat inmiddels is volgebouwd) en speelde op het strand. Een bijzonder gelukkige jeugd naar eigen zeggen, in een niet zo gelukkig huwelijk.

Maar de zomers brachten een complicatie. Zoals zoveel Zandvoortse gezinnen verhuurden zijn ouders het huis aan toeristen, voornamelijk Duitsers. Voor de gevoelige jongen die Johnny was, viel dat zwaar. Vreemden in je huis, je eigen spullen opzij. Vader Kraaijkamp sr. verzon een uitweg: hij stuurde de gasten naar de Watertoren, waar je bovenop kon klimmen voor een foto over het dorp. Johnny kreeg een buks. En terwijl de toeristen boven stonden te fotograferen, schoot hij ze van beneden de stuipen op het lijf. “Ik heb na de oorlog de bezetting door de Duitsers nog meegemaakt”, zegt hij met een dikke knipoog.

Toen zijn ouders scheidden vertrok hij op zijn vijftiende naar Amsterdam, naar zijn vader. Na de toneelschool, een huis in Loosdrecht en jaren van omzwervingen keerde hij in 1998 terug. Hij was de tweede gegadigde voor een huis in de Westerparkstraat en aarzelde geen moment.

Dat het de juiste keuze was, twijfelt hij geen moment aan. Zeker niet als hij terugdenkt aan de jaren dat zijn eigen zoon hier opgroeide. Het dorp bleek het verschil te maken. De jongens waarmee zijn zoon optrok wonen hier nog altijd, hebben inmiddels zelf kinderen, en nemen hun hoed voor hem af. De sociale controle van een dorp is geen beperking, zegt Kraaijkamp. Het is een vangnet.

Zijn bekendheid speelt hier nauwelijks een rol, en dat is precies zoals hij het wil. Hij doet een vak, en dat mensen hem herkennen is een logisch gevolg, niet een doel. “Ik loop niet door de Bijenkorf om Johnny Kraaijkamp te zijn. Ik loop er om een onderbroek te kopen.” De status van Bekende Nederlander laat hem koud.

En zo is hij gewoon één van de gezichten van Zandvoort. De man die als kind wegging, als volwassene terugkeerde, en inmiddels de helft van zijn leven aan zee heeft gewoond. Zandvoort, zoals hij het zegt. Thuis.

Lina Prinsen