
Column Mick Boskamp: I rest my case
· leestijd 1 minuut Columns Mick BoskampSoms denk je dat je alles uit je eigen leven wel zo’n beetje kent, tot Eddy de Clercq ineens een pagina uit de Hitkrant van 10 augustus 1978 op Facebook zet. Mijn pagina. Bovenaan groot: DISCOPAGINA MICK BOSKAMP.
Ik was 21 jaar oud en schreef over een nieuw fenomeen dat disco heette. House bestond nog niet, techno moest nog worden uitgevonden en hele generaties die later met hun handen in de lucht op festivals zouden staan, moesten nog geboren worden. En Eddy schreef erbij dat ik de eerste journalist was die dit disco-fenomeen, de voorloper van elektronische dansmuziek, opmerkte en erover schreef.
Pardon? Dat is dus niet hetzelfde als wanneer ome Henk op een verjaardag zegt dat je vroeger best aardig kon schrijven. Dit is Eddy de Clercq, een levende legende in de dance, nationaal én internationaal. Een man die als een van de eersten muziek draaide waarvan het DNA veertig jaar later nog steeds overal ter wereld uit luidsprekers dendert en dansvloeren in een wurggreep houdt. Dat juist híj mij dat krediet geeft, vind ik mind-blowing. Kippenvel en ontroering tegelijk.
Ik schreef hem dan ook dat ik er ongelooflijk trots op was. En ja, ik weet het: bescheidenheid siert de mens. Maar na bijna vijftig jaar journalistiek mag ik één keer tegen de denkbeeldige schoorsteenmantel gaan staan, pijp in de mond, blik op oneindig en zachtjes mompelen: I rest my case.
Het krankzinnige is natuurlijk dat ik destijds helemaal niet dacht: jongens, opletten, hier begint een culturele revolutie. Ik dacht waarschijnlijk vooral: lekkere plaat. Dat is het merkwaardige aan geschiedenis. Op het moment dat je er middenin staat, voelt het helemaal niet als geschiedenis. Het is gewoon een werkdag, een deadline, een interview, een clubavond of een plaat die je goed vindt. Pas veel later ontdek je dat je ergens bij stond waar daarna boeken over werden geschreven.
De laatste tijd zijn er meerdere mensen geweest die me de Forrest Gump van de Nederlandse journalistiek hebben genoemd. Dat is geen toeval. Alleen rende Forrest Gump door de geschiedenis heen, terwijl ik er meestal wat ongecoördineerd achteraan liep met een notitieblok, een deadline en geen flauw idee wat ik precies aan het meemaken was. Prince, Michael Jackson, de opkomst van disco en dance, clubs, artiesten, nachten en mensen die pas veel later iconisch bleken te zijn: ik stond verdacht vaak ergens in de buurt.
Nu kijk ik 48 jaar later naar die oude Hitkrant-pagina, naar dat hoofd van 21 en naar dat haar van mij en denk ik vooral: jongen, je had werkelijk geen idee. Op die disco pagina-foto leek het alsof het je allemaal geen reet kon schelen. Maar achteraf gezien stond je midden in iets dat een muzikale aardverschuiving teweeg zou brengen.







