
Column Mick Boskamp: De Chin
· leestijd 1 minuut Columns Floor ThomasseAltijd als ik langs de Chin-Chin in de Haltestraat loop, word ik overspoeld door herinneringen. De discotheek was namelijk het geesteskind van mijn moeder en cadeauvader.
In het historische openingsjaar 1971 was ik 15 en al helemaal gek van (zwarte) muziek. Kun je nagaan hoe die periode geweest moet zijn voor mij. De club, met een paars/oranje interieur (de kleuren van de 70’s), was zijn tijd ver vooruit. De Dj was Toine Stapelkamp, die later de voice-over zou doen voor Ron’s Honeymoon Quiz. Hij had een mooie donkerbruine stem, waarmee hij de platen in vloeiend, accentloos Amerikaans aankondigde. Dat deed iedere club-dj in die tijd. Platen aan elkaar praten.
Behalve ik.
Net 16 geworden was ik op de vrije avond van Toine zijn invaller. Te schijterig om de muziek aan te kondigen met die piepstem van me, liet ik de ene plaat over gaan in de andere. Zonder me dat te realiseren was ik mijn tijd ver vooruit. Want al voorzichtig gedurende de discotijd en pas goed tijdens de opkomst van housemuziek in de jaren tachtig werden er geen platen meer aangekondigd, maar gemixt.
In 1976 begon ik voor de Hitkrant te werken en ging ik boven de Chin-Chin wonen, waar mijn cadeauvader een klein studio-appartement voor me had gebouwd. En waar ik buren werd van barkeeper Max Woudenberg, die op een zondagochtend aan me vroeg of mijn muziek zachter mocht, omdat hij het meisje niet meer kon horen dat bij hem in bed lag.
Twee jaar later barstte de discorage los. In een artikel dat journalist Guuz Hoogaerts in 2013 voor de VARA Gids schreef, staat: ‘Vanwege zijn affiniteit met het nachtleven wordt Boskamp, inmiddels redacteur van de Hitkrant, in de tweede helft van de jaren zeventig de disco-specialist van het weekblad. Boskamp is als een spin in het discoweb, hij leest het soulnieuws voor in Ferry Maats Soulshow, schrijft teksten voor Ton Poppes, de eerste presentator van de TROS Top 50 op tv en Mick selecteert ook de dansers voor dat tv-programma.’
Natuurlijk zorgde ik als ‘spin in het discoweb’ ervoor dat de Chin daarvan mee profiteerde. Zo organiseerde ik er danswedstrijden die werden gepromoot met naam en toenaam in het tijdschrift. En ook nam ik de Amerikaanse artiest Dan Hartman op zaterdagavond mee naar de zaak, die op dat moment een onvergetelijke disco-stamper op zijn naam had staan. Want wie kent Relight My Fire niet?
Van de week liep ik weer langs de Chin. En toen de herinneringen kwamen, besloot ik er na lang aarzelen toch een column aan te wijden. Al die borstklopperij moest de lezer maar voor lief nemen.







