
Column Mick Boskamp: Lifa Lock
· leestijd 1 minuut Columns Mick BoskampEen tijdje geleden kreeg ik van dorpsgenoot en gitarist Wim Beekman (samen met Lenna van den Haak verantwoordelijk voor de maandelijkse Jamsessie Zandvoort in Pluspunt) een hoogst opmerkelijk appje.
Dat bericht ging vergezeld van een afbeelding uit een adressenboek. Op die pagina stonden twee telefoonnummers. Meer had je ook niet nodig in die tijd, want dit waren de nummers van David Bowie en ahum, Mick Boskamp. Wim schreef erbij dat hij het adressenboekje had gevonden en dat het eigendom moet zijn geweest van Lifa Lock. Meestal ben ik voorzichtig met het tonen van telefoonnummers, maar ik vrees dat David toch niet meer opneemt als je hem belt.
Jeetje, Lifa. Wat een Keizer was de man, die in 2008 op 59-jarige leeftijd veel te vroeg overleed. Zandvoorters die in de jaren zeventig uitgingen, kenden Lifa als de vriendelijke eigenaar van de legendarische Boedha Club in de Haltestraat. Maar voor Lifa was dat niet genoeg. Hij was ook een ambitieuze ondernemer, die een droom had. Om de soul, funk en latere discomuziek niet alleen te laten horen in zijn club, maar ook om die live te laten spelen door de verantwoordelijke artiesten en sterren.
Eind jaren zeventig haalde hij ze bijna allemaal naar Nederland, de zwarte artiesten die er toe deden. Zo bracht Lifa de Supremes naar Nederland, zonder Diana Ross die inmiddels solo was gegaan. Maar dat maakte hij uiteindelijk helemaal goed, door de grote ster in de Ahoy te laten optreden.
Daar had ik zijdelings nog wat mee te maken, als de PA van Lifa. Dat zat zo: ik werkte toen voor Muziek Expres en omdat Lifa een vriend van me was, vroeg ik hem of hij kon regelen dat ik dichtbij Ross kwam om een verhaal over haar te schrijven.
Lifa bedacht toen het volgende: als ik zijn personal assistant zou zijn, kwam ik heel dichtbij. Al vertelde hij er niet bij dat ik de rol van PA ook echt zou krijgen. Met als gevolg dat ik verrot werd gescholden door La Ross zelf omdat ik veel te laat met haar begeleidingsband in de Ahoy verscheen. Dat ik zei dat het de schuld van de buschauffeur was, die niet wist in welke Rotterdamse wijk de Ahoy lag, maakte haar nog bozer op me.
Lifa had het altijd druk, maar oogde ook altijd relaxt. Stiekem was hij echter moeilijk te lezen. Hoe iemand als vader is, zegt vaak wat over ’s mans karakter. Daarom stelde ik die vraag ook aan zijn zoon Lefa, die als antwoord gaf: “Hij was een geweldige vader. Hoe druk hij het ook had, hij maakte altijd tijd voor me. Als hij een nacht niet had geslapen omdat hij weer een grote ster over had, stond hij wel de volgende ochtend op het voetbalveld.”
Meer info hebben we niet nodig.







