Woodstock blijft de place to be aan het Bloemendaalse strand
Woodstock blijft de place to be aan het Bloemendaalse strand Foto: Anouck Schopman

Column Mick Boskamp: Zomer zonder bijsluiter

· leestijd 1 minuut Columns Mick Boskamp

Er zijn zomers waarin het weer meewerkt. En er zijn zomers waarin werkelijk álles lijkt mee te werken. Voor mij is 2026 er zo eentje.

Elke dag loop ik zo’n 15 à 20.000 stappen. Maar in het weekend maak ik het extra bont. Dan trek ik mijn wandelschoenen aan in Zandvoort-Noord en heb ik 2 keuzes. Of ik loop via het Duinpieperpad in mijn ‘achtertuin’ naar Woodstock, Bloemendaal. Of ik steek het spoor over en loop via de Brederodestraat naar het strand. Via Havana zet ik dan koers naar Paal 69. Geen straf, want onderweg heb ik een privéfestival in mijn oren. Mixen van B.O.B., John Digweed, MaloMalo en Nick Muir maken van een wandeling een reis.

Afgelopen zaterdag liep ik rond middernacht terug. Het strand was pikdonker. Door de vloed was het harde zand verdwenen en ploeterde ik door het zachte zand. Goed voor de conditie, minder voor de elegante uitstraling. Mocht iemand gedacht hebben dat hij een verdwaalde zeehond zag strompelen: dat was ik. Gewoon nuchter.

Terwijl de golven naast me stuk sloegen, dacht ik opeens aan mijn jeugd. Mijn moeder hertrouwde in de jaren zestig met een Zandvoortse strandpachter. Samen maakten ze van strandtent 2A een ontmoetingsplek waar half bekend Nederland neerstreek. Mijn moeder was zangeres en actrice, waardoor mensen als Jeroen Krabbé, Willem Nijholt, Ramses Shaffy en Adèle Bloemendaal er net zo vanzelfsprekend kwamen als gezinnen met een koelbox.

In de zomer woonden wij achter de strandtent. Een kleine woonkamer, een televisie en een slaapkamer met stapelbedden. Meer hadden we niet nodig. Voor mij was dat geen vakantie. Dat was het leven. 

Als het strand ‘s avonds leeg was, speelden we in onze pyjama’s verstoppertje tussen de opgestapelde strandstoelen. Op blote voeten renden we door het mulle zand, zonder te weten waar een kuil begon of een duintje eindigde. Vorige zaterdag voelde dat ineens weer hetzelfde. Ook nu stuurde het glooiende zand mijn voeten alle kanten op. Sommige herinneringen blijken niet in je hoofd te zitten, maar in je voetzolen.

Het mooie is dat ik inmiddels opnieuw uren op dat strand doorbreng. Niet omdat ik er woon, maar omdat ik een tamelijk idiote missie heb. Op 5 november word ik zeventig en ik wil de oudste Nederlandse man ooit worden die op de cover van de Men’s Health staat. Daarom wandel ik alsof de Tour de France tegenwoordig over het strand wordt gehouden en zwaai ik thuis fanatiek met kettlebells. De buren zullen ongetwijfeld denken dat ik aan kleine sloopwerkzaamheden ben begonnen.

En weet je? Zelfs als die cover er nooit komt, heb ik al gewonnen. Ik loop door mijn favoriete dorp, hoor de mooiste elektronische dansmuziek, die ik ooit aan de kust heb gehoord, adem de zilte lucht in en ben gezonder dan in jaren.

Sommige zomers hebben geen bijsluiter nodig. Je hoeft ze alleen maar te beleven.