Konikpaarden zijn een van de grazers in de AWD | Foto: Ruud Maaskant
Konikpaarden zijn een van de grazers in de AWD | Foto: Ruud Maaskant

Balans in begrazing nodig voor gezonde duinen

· leestijd 2 minuten Actueel

Vorige week zijn de resultaten gepresenteerd van een vijfjarig onderzoek naar de invloed van begrazing op de natuur in de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) en het Nationaal Park Zuid Kennemerland. Het onderzoek laat zien dat grote grazers als damherten, runderen en paarden noodzakelijk zijn voor een gezonde duinnatuur, echter de juiste balans is cruciaal.

De natuur blijkt zich verrassend snel te kunnen herstellen. Het onderzoek laat tegelijk zien dat een gezonde natuur alleen mogelijk is als de begrazing, bijvoorbeeld door konikpaarden, herten, schapen of wisenten, goed in balans is. Zowel te veel als te weinig begrazing heeft negatieve gevolgen voor planten en dieren.

Snel herstel 

In de jaren voordat het onderzoek startte, groeide het aantal damherten in de AWD sterk. Daardoor werd er veel te veel gegeten: planten werden overal kort gehouden, bloemen verdwenen en insecten hadden steeds minder voedsel. Om te kijken hoe de natuur herstelt, werden op zestien plekken grote gebieden tijdelijk afgesloten voor grazers (zogenoemde ‘exclosures’).

Dit had snel effect. Planten die lang waren weggegeten kwamen weer terug en gingen opnieuw bloeien, soms al binnen een jaar. Opvallend was dat zelfs verdwenen soorten, zoals de duinsalomonszegel, weer opdoken. Ook nam de diversiteit aan plantensoorten en bloemen binnen deze afgesloten gebieden duidelijk toe.

Duidelijke effecten op insecten

Meer bloeiende planten zorgden meteen voor meer insecten zoals bijen, hommels en zweefvliegen. In de afgesloten gebieden namen hun aantallen duidelijk toe. Voor andere insecten werkte het anders. Soorten die open, warme zandplekken nodig hebben, zoals sommige kevers en sprinkhanen, hadden juist last van de snel dichter groeiende planten.

Het onderzoek laat zien dat veel insecten verschillende soorten plekken nodig hebben: bloemen voor voedsel en open zand voor warmte en voortplanting. Daardoor reageren insecten minder eenduidig op veranderingen in begrazing dan planten.

Verruiging: de keerzijde van uitsluiting

In het begin leek het herstel duidelijk positief. Maar na een paar jaar zonder begrazing ontstond een nieuw probleem: verruiging. Hoge grassen en struiken kregen de overhand, open zand verdween en de variatie in de vegetatie nam af. Juist die variatie is belangrijk voor veel typische duinsoorten.

In de meer voedselrijke delen van het duin was dit effect het sterkst zichtbaar: daar nam de eerdere toename van soorten na verloop van tijd weer af. Het onderzoek laat daarmee zien dat het volledig uitsluiten van grazers geen duurzame oplossing is voor natuurherstel.

Andere uitkomst in NPZK

In het Nationaal Park Zuid-Kennemerland was de begrazing al vanaf het begin beter verdeeld en minder intensief, met een mix van runderen, paarden en herten. Daardoor was de natuur hier al meer in balans. Toen delen werden afgesloten voor grazers, leidde dat dan ook nauwelijks tot extra herstel. De wisselende weersomstandigheden hadden hier meer zichtbaar effect.

Conclusie

Het onderzoek laat duidelijk zien dat een gezonde en soortenrijke duinnatuur niet ontstaat door grazers weg te halen, maar door te zorgen voor de juiste hoeveelheid en variatie in begrazing. Grote grazers zijn belangrijk om het duinlandschap open en gevarieerd te houden, maar er moet wel een goede balans zijn.

Te veel begrazing zorgt ervoor dat planten verdwijnen en de natuur soorten verliest. Te weinig begrazing leidt tot verruiging, waardoor open plekken verdwijnen. Een matige en gevarieerde begrazing geeft de beste kansen voor veel verschillende planten en dieren. De meeste soorten (biodiversiteit) vind je als begrazing goed wordt verdeeld over plaats en tijd, zodat het landschap afwisselend blijft met open stukken en begroeide delen.