Afbeelding

Column Mick Boskamp: Lulkoek

· leestijd 1 minuut Columns Mick Boskamp

Een moeder op de Grote Krocht zette me aan het denken. Had ze beter niet kunnen doen.

Van het weekend liep ik over de Grote Krocht toen ik een vrouw tegen vermoedelijk haar puberzoon hoorde zeggen: “Loop niet zo te kutten.” Kijk, daar kan ik iets mee. Andere mensen horen een moeder die haar geduld verliest, ik hoor een onderwerp voor de krant. Je zult maar journalist zijn; zelfs een terechtwijzing op straat is bij jou niet veilig.

Want waarom betekent lullen praten en kutten aanklooien? Je zou denken dat twee lichaamsdelen die elkaar doorgaans weten te vinden, taalkundig een beetje dezelfde kant op zouden gaan. Maar nee, de een houdt een betoog en de ander krijgt de printer niet aan de praat.

Nu wil het geval dat lullen als werkwoord ouder is dan lul als benaming voor het mannelijk geslachtsdeel. Het begon met neuriën, binnensmonds zingen, een eentonig geluid voortbrengen. Daar kwam later het kletsen en zaniken bij. Er werd dus al geluld voordat er in die betekenis een lul aan te pas kwam. Een geruststellende gedachte voor iedereen die weleens een man heeft horen praten en zich afvroeg welk lichaamsdeel er eigenlijk aan het woord was.

Bij kutten ging het andersom: eerst was er het geslachtsdeel, pas in de twintigste eeuw kwam het werkwoord erbij. Dat betekent prutsen, hannesen, vervelend bezig zijn. Wat een beroerde carrière trouwens, van oorsprong van het leven naar scheef behangen. Daar zou ik als lichaamsdeel toch even bezwaar tegen aantekenen.

Het mooie is dat niemand zich bij die werkwoorden iets anatomisch voorstelt. Een vrouw kan geweldig lullen en een man kan eindeloos kutten. Wat dat betreft is onze taal verder dan wij: de Manosfeer en Dolle Mina gaan in dit geval hand in hand. Toch zit er een verschil in waardering. Lekker lullen klinkt gezellig, alsof de koffie al klaarstaat. Lekker kutten klinkt alsof iemand straks opnieuw naar de bouwmarkt moet. Met lullen kun je bovendien je brood verdienen. Dat heet dan presenteren, vergaderen of, als je het opschrijft, een column.

Natuurlijk bestaat ook die prachtige wijsheid: ze kunnen beter over je fiets lullen dan over je lul fietsen* Een zin die zonder enige medische toelichting duidelijk maakt waarom woordvolgorde ertoe doet. Probeer daar maar eens een keurige Nederlandse les tegenaan te zetten.

Die moeder op de Grote Krocht wilde vermoedelijk gewoon doorlopen. Dankzij haar staan er nu geslachtsdelen in uw plaatselijke krant, terwijl ze zelf uitsluitend om een beetje voortgang vroeg. Mocht ze dit lezen: dank voor de inspiratie, mevrouw. Uw zoon kan ik geruststellen: je kunt kennelijk een column over kutten schrijven zonder ook maar iets op te lossen. Als hij dat thuis doet, krijgt hij op zijn donder. Ik mag mijn naam erboven zetten.

*Deze uitdrukking over de lul en de fiets is bedacht door mijn grote vriend Herman Brood, die op de dag dat ik de 70 aantik (5 november a.s.) 80 zou zijn geworden.