Afbeelding

Column Mick boskamp: Blaffen

· leestijd 1 minuut Columns Mick Boskamp

Iedere dinsdag pas ik op Dibbes, de hond van een van mijn beste vrienden. Dibbes is een kruising tussen een Heidewachtel en een Duitse Staande en daarmee officieel een jachthond. Alleen weet Dibbes dat zelf volgens mij niet. Als links een konijn voorbij schiet, duikt hij naar rechts.

Maar Dibbes is een lieverd. En gek op de duinen. Als ik hem ophaal en met de auto mijn huis nader, begint hij al onrustig te worden. Ik heb het ooit weleens eerder geschreven: Voor Dibbes zijn de duinen een soort honden-Efteling.

Vandaag besloot ik hem eens extra te verwennen. Niet het gewone verharde wandel- en fietspad naast mijn huis, dat richting het strand van Bloemendaal loopt, maar het smalle, bijna door de vegetatie overwoekerde paadje langs de hekken van het circuit. Veel mooier. Veel meer natuur. Na een paar minuten liep ik met mijn hoofd keihard tegen een dikke uitstekende tak. De natuur was begonnen.

Even later zag ik op het smalle pad een man aankomen van een hondenuitlaatservice. Met zes honden. Omdat Dibbes niet met iedere soortgenoot even diplomatiek omgaat – vooral herders kunnen bij hem rekenen op weinig warme gevoelens – pakte ik hem bij zijn halsband en trok hem een stukje de begroeiing in.

Dat deed ik niet voor niets. Ooit heb ik Dibbes van een andere hond moeten halen, werd daarbij gebeten en verloor tijdens de scrimmage ook nog geld uit mijn zak. Sommige ervaringen maken je voorzichtig.

Ik verwachtte dus dat de man zijn honden ook even bij zich zou houden. Niet dus. Het complete zestal denderde voorbij. Ik zei er iets van. “Ik doe niets fout”, zei de man. Dat klonk verdacht veel alsof ík dat wel deed. “Ik doe óók niks fout”, beet ik terug. 

“Wij zijn gewend hier te lopen”, zei hij. “Kent u dit gebied eigenlijk?” 

Nu ging het mis. “Of ik dit gebied ken? Zie je die flat daar in de verte? Daar woon ik, nitwit!” Nitwit. Waarom zei ik in godsnaam nitwit? De man liep verder en vanaf een afstand begonnen we elkaar nog wat dingen toe te roepen die we allebei niet meer konden verstaan. Maar kennelijk was het gewoon even lekker om tegen elkaar te blaffen.

Toen liep ik voor de tweede keer met mijn hoofd tegen een dikke tak. En vervolgens begon het te stortregenen. Wat een schitterende middag in de duinen had moeten worden, werd uiteindelijk vooral verstoord door mijn eigen negatieve energie.

Dibbes keek me aan. 
Wedden dat als ik die man geen nitwit had genoemd, de zon was gaan schijnen?

Het stuk hout waar ik mijn hoofd keihard tegen aan stootte...