
Column Mick Boskamp: Vijftig jaar later
· leestijd 1 minuut Columns Mick BoskampIn november word ik zeventig. Dat klinkt ernstig, maar een maand later gebeurt iets wat ik eigenlijk veel indrukwekkender vind: dan ben ik vijftig jaar journalist.
Het begon allemaal in de nazomer van 1976. Ik was negentien en liep in Amsterdam de steile trap op van een pand in de Lange Leidsedwarsstraat. Daar zat de redactie van OOR, het muziekmagazine dat ik verslond. De mensen die voor OOR schreven waren mijn helden. Ik kwam er omdat ik kennis zou maken met de hoofdredacteuren van een nieuw zusterblad van OOR waarvan het eerste nummer nog moest verschijnen: Hitkrant.
De uitgeverij heette trouwens Keihard en Swingend B.V. Ik verzin het niet.
Bovenaan die trap botste ik bijna tegen een man op die ik niet herkende. Het bleek Jan-Maarten de Winter te zijn, hoofdredacteur van OOR en mijn grote voorbeeld als schrijver.
Ik verslond zijn recensies. Begrijpen deed ik ze meestal pas na zes keer lezen. Jan-Maarten schreef geen album-recensies, hij schreef cryptogrammen. Zinnen waarin je naar binnen ging en waarvan je soms drie alinea’s later dacht: dáár ging het dus over. Ik vond het geniaal.
Vandaag, bijna vijftig jaar verder, belde ik hem. Jan-Maarten is inmiddels 78 en we hebben nog iedere week contact. Als ik hem zie, heeft hij bijna altijd een cadeau voor me. Een bijzondere afbeelding van mijn vader als voetballer. Een shirt van een obscure Catalaanse voetbalclub. De man is niet alleen een van mijn oudste vrienden geworden, maar ook een van de liefste mensen die ik ken.
Ik vroeg hem waarom hij destijds eigenlijk zo ingewikkeld schreef. Hij wist het zelf ook niet precies. Waarschijnlijk wilde hij gewoon te veel in een stukje stoppen.
Toen vertelde hij een verhaal. Voor het door OOR uitgegeven boek Songs in the Key of Life, onder redactie van Constant Meijers en Boudewijn Büch, had Jan-Maarten een bijdrage geschreven. Uiteraard behoorlijk hermetisch. Het zetwerk kwam destijds op losse stroken terug bij de opmaker. Die legde per ongeluk een paar stroken in de verkeerde volgorde.
Het boek verscheen. Jan-Maarten las zijn stuk terug en zag onmiddellijk wat er was gebeurd. Verder reageerde niemand. Geen redacteur. Geen lezer. Niemand.
Zijn toch al cryptische verhaal was compleet door elkaar gehusseld en kennelijk dacht iedereen: het zal De Winter wel weer zijn. Onbedoeld werd zijn stuk een zgn. cut-up, een literaire techniek waarin teksten worden verknipt en in een nieuwe combinatie worden samengevoegd. Ik vind dat misschien wel het mooiste schrijversverhaal dat ik ooit heb gehoord.
In december zit ik vijftig jaar in dit vak. Ik heb honderden stukken geschreven, hoofdredacties overleefd en geleerd dat een goede zin vooral begrijpelijk moet zijn.
Maar ergens woont nog steeds die jongen van negentien die bovenaan een steile trap zijn grote voorbeeld tegenkwam. Alleen hoef ik hem tegenwoordig niet meer zes keer te lezen. Ik kan hem gewoon bellen.







