Olof van Joolen signeert voor de columnist zijn boek bij Tent 6
Olof van Joolen signeert voor de columnist zijn boek bij Tent 6 Foto: Natascha Wiegman

Column Mick Boskamp: Trots

· leestijd 1 minuut Columns Mick Boskamp

Onwijs trots ben ik. Op een dorpsgenoot die hier nog maar pas enkele maanden geleden is komen wonen met zijn vrouw en zoon. Auteur en redactiechef van De Telegraaf Olof van Joolen, want over hem heb ik het, ken ik al zo’n kleine 40 jaar. Vanaf dat hij zo was (‘zo’ als in mini-me). Halverwege de jaren tachtig werkte ik als redacteur en even als chef-redacteur voor de mannentitel Playboy uiterst prettig samen met Olof’s vader Ab van Joolen, die vormgever van het magazine was en die nu als tachtiger nog steeds niet weet wat stilzitten is.

Ab hield van zijn vak, maar stiekem was hij meer geïnteresseerd in wat ik deed. Schrijven. We spraken daar samen vaak over in mijn redactiechef-kantoor (ja, echt bizar, ik had een eigen kantoor!). Op een dag vertelde hij me dat hij genoeg stof had om over te schrijven. Toen hij vervolgens begon te vertellen, bijna fluisterend, zag ik opeens tranen komen. En die tranen hielden voorlopig niet op.

Ab vertelde me dat zijn vader aan het einde van de Tweede Wereldoorlog als lid van de SS dusdanig fout was geweest dat hij de doodstraf had gekregen, een straf die later werd omgezet in levenslang. Ab’s vader stierf een jaar na die omzetting in 1952 in Kamp Vught. Sindsdien spraken we regelmatig over hoe het is om een oorlogsmisdadiger als vader te hebben. Althans: Ab sprak erover, ook over de liefde die hij desondanks voor hem voelde. Ik luisterde. In verwondering, maar ook in begrip. Want je vader blijft altijd je vader.

Ongeveer in die periode, richting jaren negentig, nam Ab zijn zoon Olof weleens mee naar de redactie in Haarlem Schalkwijk. Olof wilde - hoe kan het ook anders - journalist worden en ook dat heb ik geweten toen. Wat ik vooral heel bijzonder aan deze tiener vond, was dat hij weliswaar stronteigenwijs was, maar dat hij uiteindelijk wel opmerkelijk vaak gelijk had als we beiden iets beweerden dat haaks op elkaar stond.


Hij ging van de School voor Journalistiek naar Haarlems Dagblad, het AD, de NOS en De Telegraaf. Ondertussen heeft hij ook 7 boeken op zijn naam staan. En waarom ik nu weer zo trots op hem ben, is dat hij samen met zijn boezemvriend Ilan Sluis ‘Erfgenamen’ heeft geschreven, een boek dat je niet meer weg kunt leggen als je eenmaal begonnen bent met lezen.

In deze non-fictie titel gaan de twee vrienden op onderzoek uit naar het verleden van hun grootouders. Een groter contrast is niet denkbaar. ‘Ilan’s Joodse oma overleefde als een van de weinigen van haar familie de Nazi-terreur. Terreur waar Olof’s grootvader aan deelnam’ staat er op de achterflap te lezen. Koop of bestel het boek, dat om een speelfilm vraagt. Zeker weten dat je dan net zo trots op een dorpsgenoot bent als ik.