
Column Mick Boskamp: De liefde bij Rozan Markt
· leestijd 1 minuut Columns Mick BoskampI don’t like Mondays. En afgelopen maandag was daar bepaald geen uitzondering op.
Aan de andere kant van het spoor, in Zandvoort centrum en Zandvoort Zuid, kon er geen auto meer bij. Toen ik de zoveelste sight seeing tour maakte voor een parkeerplek, verzuchtte mijn hoofd: ‘Wat is het toch heerlijk om in Noord te wonen.’
Ik had het er nog over met mijn oude makker Jaap Schweinsbergen, die recht tegenover me in flatgebouw De Distel woont. Jaap heeft goede ogen, want toen ik pas woonde in de Meeuw, fluisterde hij in een gangpad van de Vomar in mijn oor: “Misschien handig als je iets van kleding aantrekt als je door de kamer danst. In ieder geval op z’n minst een onderbroek.”
Die overbuurman dus zei: “Snap jij het nou? Dat er een stille tocht werd gehouden voor een veiliger Zandvoort-Noord? Kijk eens om je heen hier. We wonen op de mooiste plek van heel Zandvoort! En voel jij je onveilig hier?” “Never”, was mijn korte antwoord uit het hart.
Ik wilde er nog aan toevoegen dat ik me hier zo veilig voel dat ik bij wijze van spreken in mijn blote kont dansend over straat zou kunnen gaan zonder in de problemen te komen. En dan reken ik even niet mee dat een 80-jarige vrouw me met een wandelstok als werphengel naar binnen zou kunnen harken.
Maar terug naar die maandag. Waar ik naast het niet kunnen parkeren extra de P over in had, was dat op de maandagen de Rozan Markt op ons winkelpleintje in Noord gesloten was. Daarom reed ik nu rondjes door heel Zandvoort voor een plek. Een parkeerplek vanwaar ik die andere, maar wel steeds duurdere gave super met de initialen AH, zou gaan bezoeken.
Als Rozen Markt open was geweest, dan had ik lekkere Turkse broodjes gehaald die daar in alle soorten en maten te vinden zijn. Ik had er een bakje door de mama van de zaak zelfgemaakte humus bijgedaan, de lekkerste die ik ooit in Nederland heb geproefd. En ik zou daar alle ingrediënten voor een zelfgemaakte Shakshouka hebben gehaald, inclusief de heerlijke eieren die ze daar hebben. En met ‘ze’ bedoel ik moeder en zoon.
Ik ben gek op Rozan Markt, maar ik ben ook een beetje gek op moeder en zoon. Met zoon krijg ik regelmatig de slappe lach, met name als ik weer iets stoms zeg. En moeder is altijd zo blij met een tevreden klant. Ze wordt er verlegen van. Maar je ziet ook dat ze het heel fijn vindt. Ja, op dat pleintje voel ik geen haat, maar liefde. En ik denk dat we met liefde onze Zandvoortse jongeren tegemoet moeten treden. Want dat probleem, is - in tegenstelling tot Noord - pas écht een probleem.
Mick Boskamp







