
Van Zandvoortse De Wurf naar het witte doek: Richelle Plantinga straalt op alle fronten
· leestijd 3 minuten ActueelDe Zandvoortse actrice Richelle Plantinga debuteerde op 7-jarige leeftijd in de politieserie Van Speijk. Nu, op haar 25ste, heeft ze een indrukwekkende lijst van 33 films en series op haar naam staan. De Zandvoortse Courant sprak haar over haar carrière, ambities en de belangrijke lessen die ze leerde op de toneelschool.
Hoe ben je in het vak gerold? “Mijn oudste zus en mijn oma zaten bij toneelvereniging De Wurf. Ik kreeg toen ook een klein rolletje en vond dat super leuk. Daarna heb ik auditie gedaan voor de serie Van Speijk. Naast de rol kreeg ik vooral veel snoep en aandacht. ‘Dit is fantastisch!’, dacht ik. En wilde dit blijven doen. Ik was zeven en klein van stuk, en leek bovendien veel jonger dan ik in werkelijkheid was. Dat werkte in mijn voordeel. Het jaar erop heb ik een paar keer de rol van de jonge Eponine Thénardier gespeeld in de musical Les Misérables. Toen is het balletje steeds meer gaan rollen.”
Heb je een voorkeur tussen tv, film of theater? “Ik denk dat ik dan series leuker vind om te doen, omdat je dan langere tijd met een team aan een project werkt. Een film moet je soms in 15 dagen opnemen, waar je met een serie soms zes maanden de tijd én meerdere afleveringen de kans krijgt om je personage vorm te geven. Over mijn tijd in het theater met Les Misérables kan ik mij niet veel herinneren. Maar binnenkort ga ik weer zes maanden het theater in. Over de inhoud mag ik nog niks vertellen, maar ik vind het echt doodeng. Je kan niet even zeggen ‘Laten we die scène nog even opnieuw doen’, haha. Maar ik denk dat ik er veel van ga leren.”
Na meerdere pogingen ben je toegelaten tot de Toneelschool Amsterdam. Hoe heeft deze opleiding je veranderd? “Als je op jonge leeftijd begint met acteren, word je vaak teruggevraagd voor dezelfde standaard rollen als ‘het vriendinnetje’ of ‘het buurmeisje’. Ik denk dat de toneelschool mij meer zelfvertrouwen heeft gegeven om meer diepgaande rollen te spelen, bijvoorbeeld van iemand die verslaafd is of iemand die met een depressie kampt. Het is een heftig en veeleisend vak. Je wordt regelmatig afgewezen en soms heb je een jaar lang geen werk. Je kunt je dan afvragen ‘ligt dat dan aan mij?’. Een andere belangrijke les die ik op de toneelschool heb geleerd is het stellen van grenzen. Als acteur ben je dienstbaar. Als er meer van je gevraagd wordt dan goed voelt, bij bijvoorbeeld een zoen- of een naaktscène, dan deden acteurs dat vaak omdat hun volgende rol er vanaf kon hangen. Ik denk dat daar vooral bij vrouwen soms misbruik van gemaakt is. Door mijn opleiding en mijn werk merk ik dat er in Nederland echt een verbeterslag is gemaakt, door bijvoorbeeld de komst van intimiteit-coördinatoren op de set, die een veilig werkveld creëren voor de acteurs. Wat veel mensen vergeten is dat er vaak nog 30 mensen achter de camera staan, terwijl jij daar in je blote kont staat.”
In de serie Een van ons speel je een op Marianne Vaatstra geïnspireerde rol. Er is achteraf veel kritiek gekomen op de serie uit de hoek van de nabestaanden van de vermoorde Marianne. Hoe ga je daarmee om? “Het is altijd vervelend om te horen dat je mensen op deze manier raakt. Ik snap dat het voor nabestaanden super intens en heftig moet zijn, maar het is ook een stuk geschiedenis dat verteld moet blijven worden. Spanningen in een klein dorp en het nabijgelegen AZC zijn ook anno 2025 nog aan de orde. We hebben dit ook uitgebreid met het team besproken. We hebben deze serie met heel veel respect gemaakt, het is nooit de bedoeling geweest om mensen ermee te kwetsen.”
Zijn er specifieke rollen of genres die je in de toekomst graag zou verkennen? “Ik zou heel graag de rol van een grote slechterik of een psychopaat in een misdaadserie willen spelen. Zo’n enge rol dat de kijker bijna niet meer durft te kijken. Dat lijkt me echt vet, omdat het zo ver van mij af staat, haha.”
Hoe ga je om met de balans als publiek- en privépersoon?
“Toen ik een jaar of 16/17 was vond ik het nog wel lastig als ik merkte dat vooral leeftijdsgenoten over mij spraken en wat van mij vonden. Heel veel mensen hadden opeens een mening over mij. Dat is nu wel wat minder. Een enkeling die soms vraagt of hij of zij met me op de foto mag, en dat vind ik prima. Zolang ze maar niet achter mij aan gaan rennen, haha.”
Sandra Lissenberg







