Boskamp poseert bij de lege lachgasclinders
Boskamp poseert bij de lege lachgasclinders Foto: Hans Boskamp Jr.

Column Mick Boskamp: Lachgas

· leestijd 1 minuut Columns Mick Boskamp

Er zijn van die weken dat er zoveel gebeurt in Zandvoort, dat ik niet meer weet waarover ik moet schrijven.

Sommige columnisten zouden het als een luxeprobleem zien dat er zoveel happening is in een dorp, maar het enige dat ik zie, is het woord probleem, snap je? En dat is voor een schrijver geen luxe.

Zo kwam ik maandag thuis van een heerlijk weekend in het Drentse Elp, waar drie dagen lang het Hartstocht Dance Festival had plaatsgevonden. Mijn broer haalde me op van het treinstation en toen hij me thuis afzette, zei hij tegen me: “Moet je daar eens kijken?” Vervolgens wees hij op cilinders, die bij een vuilniselement waren neergelegd. “Wat zijn dat?”, vroeg ik. “Dat zijn lege lachgascilinders”, zei mijn broer verbaasd. “Wie was hier de drugsspecialist? Jij, toch?”

Dat klopt. Maar de laatste keer dat ik een lachgascilinder zag, was dat ding van gegoten ijzer, stond het rechtop en was het niet te tillen. Dat moet zo’n 25 jaar geleden zijn geweest. Inmiddels is er een boel veranderd. Vóór mijn pensioen in november 2023 gaf ik in een safehouse in Amersfoort schrijfles aan jong verslaafden in herstel. Er was een jongen bij van zo’n jaar of 30, die eruit zag als 80 en ook als zodanig liep en sprak. Dat was het effect van intensief lachgasgebruik. Zou ik de Zandvoortse lezer, misschien wel een ouder, moeten waarschuwen voor de gevolgen van deze troep?

Nah. Ik had geen zin in negativiteit. In dat licht gezien vond ik het ook niet kies om te schrijven over de nieuwe inrichting van het plantsoen voor mijn appartement in de Keesomstraat. Ik bedoel: wat is de reden dat van iets leuks en onopvallends iets monsterlijks en schreeuwerigs is gemaakt, waar je als volwassene noch als kind niet dood gevonden wil worden? In al die maanden dat deze berg onkruid in stelling is gebracht, heb ik misschien twee kids vijf minuten zien spelen daar. Als er ooit een Nederlandse versie van Nightmare On Elm Street wordt gemaakt, denk ik dat de gemeente goed geld kan verdienen met het aan de filmploeg verhuren van deze locatie.

Maar ik had nog steeds geen onderwerp. Toen ik op dinsdagochtend de parkeergarage in reed en een Duitser voor me tergend langzaam omlaag rolde, dacht ik: dit is mijn kans. Eenmaal beneden vroeg ik aan de Duitse bestuurder: “Kunt u mij alstublieft vertellen waarom u en uw landgenoten altijd zo tergend langzaam rijden in ons dorp?” Zonder met z’n ogen te knipperen zei hij: “Zandvoort is zo mooi. Daar moet je de tijd voor nemen.” Uitgeluld. Of zoals onze Oosterburen zeggen: plapperte heraus.