
Column Mick Boskamp: Reuzenrad
· leestijd 1 minuut Columns Floor ThomasseBegin van de week was ik voor de verandering weer eens de kluts kwijt. Maar uiteindelijk kreeg ik wel een groot deel van Zandvoort aan mijn voeten.
Ken je dat gevoel? Je bent iets kwijt, alleen heb je daar nog geen weet van. Maar je onderbewustzijn weet het wel. Zo stapte ik maandagochtend uit bed. En nadat ik had gedoucht, me had aangekleed en rustig had ontbeten, schrok ik opeens wakker met de vraag: “Waar heb ik mijn fietssleutel gisterenavond gelaten?” Koortsachtig begon ik te zoeken, op tafel, op mijn bureau, in mijn broekzakken, maar de sleutel was nergens te vinden. Had ik ‘m in het slot laten zitten?
Met kloppend hart snelde ik de deur uit, vloog via de trappen van appartementencomplex De Meeuw naar beneden en toen ik in de hal aankwam, zag ik de fiets al buiten staan. Gelukkig. Maar hij was wel op slot en de sleutel nergens te bekennen.
De meesten hebben dan altijd nog een oplossing in een la liggen. Behalve mensen zoals ik dan, het soort dat de reservesleutel in een eerder stadium kwijt raakt en vervolgens nooit meer een nieuwe laat maken.
Waarom ben ik mijn leven lang toch altijd van alles aan het zoeken? Toen ik een halve eeuw geleden thuis in een gezin woonde en later woningen deelde met partners kon ik in ieder geval nog anderen de schuld geven van de verdwijningen. Maar nu ik al een tijdje als vrijgezel door het leven ga, kan ik me daar niet meer achter verschuilen.
Het werd de hoogste tijd om de zinnen te verzetten. Letterlijk en figuurlijk de hoogste tijd. Want later op die dag, rond 8 uur ’s avonds, met een mooie liggende zon boven zee, stapte ik in het reuzenrad op het Badhuisplein. Een idee van fotografe Saar Beau. Ze wilde me perse portretteren in deze topattractie, die tot en met de zondag van de Formule 1 fier overeind bleef staan. “Leuk en aardig, Saar, maar wat moet ik schrijven hierbij?”, vroeg ik haar. “Jij kunt overal over schrijven”, zei ze. Was dat nou een compliment? Of juist niet?
Langzaam ging het witte bakje waarin we zaten omhoog. Zandvoort werd steeds kleiner, maar - oh, schone contradictie! - ook steeds imposanter. Wat een leuk dorp was het toch. Grappig om op deze hoogte zelfs een zekere charme aan het normaal gesproken spuuglelijke Circus Zandvoort te kunnen toedichten. In dit kleine formaat leek het gebouw net op een smakelijke marsepeinen Hema-taart. Ja, voor iemand die meer dan de helft van zijn inmiddels lange leven hier woont, was het een machtig gevoel om bijna tout Zandvoort aan z’n voeten te krijgen.
Een gevoel dat er even voor zorgde dat die fiets me gestolen kon worden.
Mick Boskamp







