… zag ik ze fietsen! Het was vorige week kennelijk weer tijd voor de jaarlijkse Zandvoortse verkeersexamens. De groepen 7 en 8 van vier basisscholen fietsten, met hun oranje hesjes aan, keurig op het fietspad. Regelmatig rijden ze tegen de richting in of op de stoep. Nu even niet.
De meeste kinderen hadden dure fietsen, een enkeling zat op de fiets van zijn moeder en weer een ander had een opoefiets met voorop een kratje. Het ene kind fietste verbeten en een ander floot er lustig op los. Sommige kinderen fietsten onzeker en wiebelden aan alle kanten. Zij behoren vast tot de groep die meestal per auto op school worden afgezet.
Vooraf krijgen de leerlingen eerst theoretische verkeersexamen. Dat is best pittig weet ik, want de les stond online. Ik heb hem ook gemaakt en had van alle vragen er slechts vier fout beantwoord. Dus had ik de eindstreep gehaald, alleen zonder vlag en wimpel.
Het is jaren geleden dat ik met mijn ‘rijwiel’ examen moest doen. Omdat mijn verkeersdiploma met de verhuizing is verdwenen, wist ik het jaartal niet meer. Als geheugensteuntje ben ik op zoek gegaan in de oude Zandvoortse kranten. Hoewel het landelijk verkeersexamen in 1932 werd ingesteld duurde het in Zandvoort tot 1953 voordat er hier een vereniging ‘Veilig verkeer’ werd opgericht. Met dank aan de korpschef Huijsman van de politie, die het belangrijk vond dat ook de Zandvoortse jeugd zich veilig in de toenemende ‘verkeersgevaren’ zou begeven. Grappig detail; er was naast een rijwielexamen ook een voetgangersexamen. Zou dat er nog zijn?
Het examen herinnert mij aan mijn eigen fietstest. Ik had geen fiets dus leende ik die van mijn zuster. Mijn vader maakte op de trappers houten klossen zodat ik er goed bij kon. Eerst nog oefenen, dus reed ik als proef de steile helling langs de Vijverhut naar beneden. Het ging met een noodvaart en ik verloor de macht over het stuur en knalde met mijn wiel tegen de stoeprand. Het stuur kwam tegen mijn kin, bloedend kwam ik thuis. In plaats van een aai over mijn bol kreeg ik van mijn moeder een draai om mijn oren. Blijkbaar was ze heel erg geschrokken.
Na het examen ging de fiets terug naar mijn zuster en moest ik weer naar de Wilhelminaschool lopen. Pas op de hogere school kreeg ik een tweedehands fiets.
Mijn verkeersdiploma is nog steeds foetsie. Gebleven zijn m'n herinneringen. Ik heb ze met veel plezier gedeeld. Trouwens; fietsen doe ik niet meer!