Rechtbank vernietigt milieuvergunning uit 2024

Alleen het provinciebestuur mocht de milieuvergunningen van Circuit Zandvoort actualiseren en niet het college van Zandvoort. De rechtbank Noord-Holland bepaalde op 24 maart in een uitspraak dat het college niet bevoegd is om ambtshalve deze vergunningen te actualiseren. Onder andere regels voor het geluid van Circuit Zandvoort werden hierin vastgelegd.

Het bestuur van de provincie heeft in 1997 en ook daarna milieuvergunningen gegeven aan Circuit Zandvoort. Het college van B&W van Zandvoort heeft die milieuvergunningen geactualiseerd. Een aantal stichtingen en andere belanghebbenden waren het niet eens met de geactualiseerde vergunning uit mei 2024 en zijn naar de rechter gestapt.

Beslissing van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank mag een vergunning alleen worden geactualiseerd door de instantie die de vergunning heeft afgegeven. In dit geval kon dus alleen de provincie de oorspronkelijke vergunningen van Circuit Zandvoort actualiseren.

De rechtbank vernietigt dan ook het besluit tot actualisatie van de milieuvergunning uit 2024. Daardoor gelden voor Circuit Zandvoort automatisch weer de oude vergunningen.

Het gevolg is dat de omgevingsvergunning van kracht blijft, maar niet in geactualiseerde vorm met het geactualiseerde voorschriftenpakket. Het oude regime zoals dat gold vóór inwerkingtreding van het actualisatiebesluit, dus voor 12 juli 2024, is weer van kracht. Circuit Zandvoort kan dus voor al haar activiteiten (inclusief de Formule 1) terugvallen op de oude vergunningvoorschriften.

Onderzoek

De uitspraak van de rechtbank wordt op dit moment door het Zandvoortse college zorgvuldig bekeken en de komende periode zal de relevante wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis en jurisprudentie grondig worden geanalyseerd. Op basis daarvan zullen eventuele vervolgstappen worden bepaald. Daarbij ligt onder andere de vraag of het instellen van hoger beroep kansrijk wordt geacht, maar ook meer praktische zaken voor lopende procedures en taakuitvoering liggen hierbij nadrukkelijk voor, aldus het college in een informatiebrief aan de gemeenteraad.