
Column Mick Boskamp: Perskaarten
Columns Floor ThomasseAltijd als ik iets zoek, een foto of een verhaal dat ik geschreven heb, vind ik wat anders dat mijn aandacht opeist. Omdat ik dit jaar in november 70 word en de decembermaand daarna op de kop af 50 jaar journalist ben, zocht ik mijn getuigschrift van de Hitkrant. Daarin staat exact de datum dat ik in en uit dienst kwam als redacteur. Dat bewijs van goed gedrag kon ik even niet vinden, maar wel trof ik in een la tot mijn grote verrassing zowaar mijn twee perskaarten.
Als je die dingen nu ziet, mijn perskaarten voor Hitkrant en voor Playboy, denk je: ‘Daar kwam je toch nergens mee naar binnen?’ En dat klopt ook. Ik heb ontelbare keren mijn perskaart uit mijn achterzak gehaald bij een evenement of concert, maar nog nooit heeft dat geholpen in mijn zucht naar een vrije doorgang. Misschien lag dat ook wel voor een groot deel aan mezelf. Aan mijn irritante trots en arrogantie als ik de portier of ingehuurde gastvrouw mijn credentials liet zien.
Mijn goede vriend, de legendarische oud-hoofdredacteur van Muziekkrant Oor Jan Maarten de Winter, vertelde me laatst tot mijn grote verrassing dat hij met zijn Oor-perskaart toegang kreeg tot een Earth, Wind & Fire-concert in Sarasota, Florida en een Songfestival-gala in Santo Domingo, Dominicaanse Republiek. Maar hij komt dan ook een stuk rustiger over dan ik.
Het is tijd om even op te scheppen. Ik dacht: ik kondig het maar even aan. Komt ‘ie. Ik heb nooit een perskaart nodig gehad. Ik had mijn grote, leugenachtige mond.
We gaan even terug naar het moment dat ik samen met de grote Nederlandse en geridderde Dj Dimitri in 1996 in New York was voor het Diesel-feest. Dimitri had al eerder een taxi naar de feestlocatie genomen als ik samen met een landgenoot (wiens naam ik ben vergeten) voor de ingang van het feest op een rij stuit waar geen einde aan lijkt te komen. In Nederland ben ik dat niet gewend. Dus wat doet deze stampvoetende, verwende klojo? Ik pomp me op en laat de rij, waarin ik o.a. regisseur Oliver Stone en Nastassja Kinski zag staan, achter me en neem de achteringang, waar een grote, boomlange zwarte portier voor staat. Hij kijkt op me neer, en ik zeg: ‘Ik ben Dj Dimitri uit Nederland en mijn platenkoffer staat binnen. Mogen we erin? Als ik buiten in de rij ga staan, kom ik te laat op mijn eigen set.’
Maar de portier geeft geen kick. Tijd voor de tweede en laatste poging. ‘Prima’, zeg ik. ‘Maar als ik hier niet achter de draaitafels sta straks, is het jouw verantwoordelijkheid.’ Als ik vervolgens weg loop, roept hij me terug. We mogen naar binnen. Perskaart, hoezo?