
Struikelstenen geplaatst in Kerkstraat
In de Kerkstraat, op de hoek van de Bakkerstraat, zijn donderdag 8 januari vijf struikelstenen onthuld als herinnering aan vijf leden van de Joodse familie Cosman. Deze familie werd in de Tweede Wereldoorlog uit hun huis verdreven en uiteindelijk vermoord in concentratiekampen. Bij de korte plechtigheid spraken burgemeester Moolenburgh, rabbijn Spiero en familielid Judith Cosman.
Eerder werden struikelstenen (stolpersteine), met een messing plaatje waarin de gegevens van de personen zijn gegraveerd, in Zandvoort aangebracht in de Zeestraat en de Kostverlorenstraat. In totaal werden ruim 300 Joden in Zandvoort opgepakt en via Amsterdam en Westerbork de dood ingejaagd. Moolenburgh benadrukte dat het belangrijk is de herinnering aan deze duistere kant van de geschiedenis levend te houden. “Achter iedere steen schuilt een mens van vlees en bloed.” De Stichting Joods Erfgoed Zandvoort heeft zich ten doel gesteld in de nabije toekomst meer stenen te plaatsen.
Op de struikelstenen in de Kerkstraat staan de namen van Simon Cosman (65), zijn vrouw Betje (64) en hun kinderen Henri (32), Dina (26) en Max (24). Ze werden in 1942 en 1943 in verschillende kampen door de Duitsers om het leven gebracht. Simon verdiende zijn geld met een toeristenwinkel in de Kerkstraat, waar het gezin boven woonde. Eerder had hij een sigarenzaak in de Haltestraat.
Hulp van stichting Joods Erfgoed Zandvoort
Judith Cosman is een achterkleindochter van opa Josef, die de oorlog overleefde door een gemengd huwelijk. “Ik ben blij dat deze stenen zijn geplaatst. Al langere tijd ben ik er mee bezig. De gemeente vertelde me eerder dat er geen beleid bestond voor het plaatsen van de stenen, maar dat is later met de hulp van Wilma Schrama van de Stichting allemaal goed gekomen.”
Judith heeft nooit de kampen als Sobibor en Auschwitz bezocht, waar haar familieleden werden vermoord. “Daar heb ik altijd tegenop gezien. Wel heb ik een bezoek gebracht aan het doorgangskamp Westerbork, waar ze allemaal ook hebben gezeten voordat ze op de trein werden gezet richting het oosten.”
Van Max en Henri is nooit komen vast te staan naar welk kamp ze zijn vervoerd in Midden-Europa. “Mijn opa heeft nooit meer gesproken over de oorlog. Hij zat het liefst op een bankje aan de boulevard, uitkijkend over zee, weggezonken in zijn eigen gedachten.”
Hans Botman