
Column Mick Boskamp: Muizenplaag
· leestijd 1 minuut Columns Floor ThomasseAfgelopen vrijdag kreeg ik de schrik van mijn leven toen ik op het Raadhuisplein maar liefst vijf ambulancewagens zag staan.
Die ochtend had ik in deze krant de column van onze burgervader gelezen en die loog er niet om. De strekking was dat we in een tijd leven, waarin het zou kunnen dat Nederland ‘op een of andere manier betrokken raakt bij een gewapend conflict in Europa’. En dat we anno nu sowieso als dorpsgenoten voor elkaar klaar moeten staan, maar zeker wanneer de shit hits the fan.
De column was een stuk genuanceerder dan hierboven samengevat. Maar aan nuances doen we niet bij het zien van vijf ambulancewagens met zwaailichten. Toen ik met kloppend hart verder door liep, zag ik voor de fontein van het raadhuis een versierde Rolls Royce op de stoep staan. En zo vlot als de conclusie werd getrokken dat er stront aan de knikker was, zo snel verscheen de gedachte dat een bruid en/of bruidegom bij de ambulances hoorde. Navraag leerde dat dit klopte. Vandaag zou een Zandvoortse ambulancechauffeur een gelukkig man zijn.
Tijd om opgelucht adem te halen. Maar niet voor lang.
Terwijl ik later in de middag weg wilde rijden uit het parkeervak voor mijn appartement kwam mijn buurman naar me toe gelopen en vroeg of ik het raampje open deed. Weer moest ik aan de column van David Moolenburgh denken, waarin hij ook schreef: ’maak vandaag nog een praatje met uw buren’. Dat deed ik dan maar. Voor David. “Heb je het gehoord?”, vroeg de buurman. “Er is een muizenplaag in onze flat. Daar moet je over schrijven!”
En voor de tweede keer die dag kreeg ik het Spaans benauwd. Dit behoeft enige uitleg. Daarvoor moeten we terug naar het midden van de jaren 80 toen ik in Amsterdam-West woonde.
Ik leefde samen met de blonde zangeres van het poptrio Centerfold en met een kat, een Oosters korthaar die Speedy heette. Op een dag hadden we een muis. Ik ben niet bang voor muizen. Maar dit exemplaar boezemde me angst in. Om de simpele reden dat de kleine knager waanzinnig slim was. Wat ik ook deed en probeerde om hem van de aardbodem te laten verdwijnen, niets hielp.
Op een ochtend werd ik wakker in bed. Ik besloot me nog even op mijn zij te draaien en toen ik mijn ogen open deed, slaakte ik een kreet. Ik keek namelijk in twee glazige kraaloogjes. Bleek dat Speedy de kat, moe geworden van mijn gestuntel, de muis te grazen had genomen. Om ‘m vervolgens, terwijl ik sliep, demonstratief op mijn kussen te leggen.
Zo van: ‘En nu is het klaar.’
Schrijven over een muizenplaag? Dacht het niet.







